Brief aan de jongeren

24 maart 2006
Jonge mens, mag ik je even recht in de ogen kijken? Je
bent mooi, gezond, fris, transparant. Soms ben je moe, het beu, angstig
misschien. Misschien ben je niet gezond, heb je pech, niemand eigenlijk
om je aan toe te vertrouwen, weinig toekomst. Je hebt vrienden, of je zoekt
een vriend of vriendin, je vindt steun in je relatie.
Zo kwam ik twee van jullie tegen, ze zaten in de zon
tegen de muur.
Hanne en Jeroen zitten op dezelfde school, maar in een verschillende klas.
In de les, bij Jeroen, vroeg iemand of God wel bestaat. De leraar twijfelde.
Bij Hanne was er een heel uur over de moslims gesproken, hoe moslimmeisjes
fier zijn op hun geloof en zo.
,,Het geloof op zich, ook bidden tot God, dat
vind ik goed,’’ vindt Hanne, ,,maar ik begrijp niet waarom de Kerk
altijd zo negatief moet doen over dingen die toch normaal zijn vandaag.
Allez ja, wat heeft de Kerk nu te maken met het gebruik van anticonceptiemiddelen?
Dat is toch onze zaak!’’ Jeroen vindt dat de Kerk zich bezig
moet houden met sociale problemen, opkomen voor werklozen, voor onrechtvaardig
veroordeelden. Het is goed dat ze aan de Derde Wereld denkt, aan het Zuiden,
door acties zoals Broederlijk Delen en zo. Maar bij ons… Er zijn
zoveel eenzamen, uitgestotenen, beklad en beschuldigd, zovelen verliezen
hun job terwijl de industrie steeds maar méér winst boekt.
Moeten wij niet eerst en vooral onze mensen verdedigen in plaats van werk
te geven aan mensen in Oost-Europa?
Beste Jeroen en Hanne, bravo! Jullie hebben het gesnapt.
De Kerk ijvert ervoor dat de mensen gelukkig zijn. Er zitten zoveel krachten
verborgen in ons die geactiveerd moeten worden. Er zit een hunker in ons
naar wat ons overstijgt. We voelen ons mottig als we niet erkend worden.
We hebben vaak nood om ons hart uit te storten, maar weten niet bij wie.
We snakken soms naar stilte en rust en toch zijn we niet gewoon daarmee
om te gaan. We gaan mee met de trend, nemen onze vrijheid op, en toch blijft
er een angel van pijn en twijfel hangen. We doen wel eens stoer, maar weten
goed dat we eigenlijk een klein hartje hebben.
Zo gaat het met ons, mensen. Ons verhaal is al lang geschreven, in alle mogelijke
talen en culturen. De Bijbel staat er vol van, van ons verhaal, van onze twijfel,
van ons zoeken. De Bijbel is een spiegel, waarin we onszelf zien, maar die
tegelijk reageert op wat we zien. Een spiegel dialogeert met ons, kijkt ons
aan en priemt door ons uiterlijk heen, diep in onszelf. ,,A mirror touches
me and makes me grow,’’ zei ooit iemand.
Je zegt misschien dat je God niet nodig hebt, maar, ben
je daar zo zeker van? Binnen in uzelf, kun je het allemaal wel alleen de
baas? Waar kan je met je verhaal terecht? Zijn er mensen die ernaar luisteren
met een open hart? Je wil wel een ernstig engagement aangaan. Diegenen
rondom je die dit geriskeerd hebben, zien er zeer gelukkig uit. Maar je
bent bang dat het zou mislopen, dat je het niet zult volhouden. Zou er
een nobeler engagement zijn dan dat wat je met God aangaat? Zou er een
trouwere partner zijn dan God zelf? Is Hij, in Christus, niet diegene die
zich totaal belangeloos geeft voor het geluk van de mensen? Er is wellicht
geen groter geluk dan anderen gelukkig te maken, echt gelukkig.
Beste jonge mens, jouw verhaal is belangrijk, het is
waard gehoord te worden. Jouw
zorgen zijn belangrijk, jouw twijfel zou best in het hart van een luisterend
mens neergelegd kunnen worden.
Dat kan, daartoe nodig ik je uit. Hier is een adres waar je terecht kunt: luc.van.looy@ijd.be.
Schrijf maar, ik luister graag naar je verhaal.
Ben je op zoek naar vrienden, goede
vrienden, een gesprek met jonge mensen die je begrijpen? Wij wandelen in
het weekend van 8 en 9
april 2006 van Buggenhout naar Koekelberg, gewoon om tijd te
maken voor gesprek, om naar elkaar te luisteren. Twee dagen dus om met
vragen om te gaan. Dan kunnen we bij elkaar ons licht aansteken.
+Luc Van Looy
Bisschop van Gent

