BERLINDE KAPEL

Gebouwd door giften (aalmoezen) van landbouwers uit Laarne
en Kalken (Jan Eghers) de stichter van de maandelijkse mis is een zekere Adriaan
Colman verwijzende naar de Colmanstraat in de onmiddellijke omgeving wier familie
nog verblijft in deze straat.
De kapel-ter-linde is in gans de omgeving en ook daar buiten een vereerde bidplaats gebleven van vader tot zoon, van moeder tot dochter en deze schone traditie is bewaard, klassiek geworden in de families.
De kapel is tamelijk groot, iets kleiner dan de huidige Kopkapel van lokeren. Maar toch is het een der grootste welke ons zijn overgeblevenuit een zeer ver verleden.
Volgens legende op verzoek van de heer van Laarne in 1670 opgericht in 1774 vergroot. Op het einde van de 17de eeuw kunnen wij de oudste vermeldingen nopens de Berlindekapel te Laarne opvangen. Tot op 2 October 1681 de Bisschop Albertus de Hornes zijn periodiek kerkbezoek komt doen in Laarne, stelt hij pastoor Jaannes van Hecke de gebruikelijke vragen, waarvan één behoorde inlichting nopens de kapellen op het grond gebied van de parochie in te winnen. De kerkvoogd doet zijn secretaris noteren dat, buiten de kapel van het kasteel , er een andere kapel is onder de aanroeping van O.L.Vrouw bij de Berlinde (sub invocationem D. Virginis ad Berlinde). Tot dan toe was er geen mis gelezen, doch volgens de Pastoor aan de hoge bezoeker verklaarde, zou een van zijn parochieanen, zekere Livinus de Backere, het inzicht hebben aldaar enkele missen per jaar te stichten. De pastoor had beloofd op de bischoppelijke toelating hiertoe aan et dringen, bij een volgend bisschoppelijk bezoek op 16 Augustus 1686.
Het geschiedkundig onderzoek bevestigt tevens onze mening dat van kerkelijk oogpunt, bedoelde kapel niets met de H. Berlindis te maken heeft. Alleen de plaatsnaam, "berre linde", "berlinde" heeft hier tot een volkse eredienst van de H. Berlindis geleid. In het land van Aalst heeft de Heilige twee heiligdommen, te weten in Meerbeke en te Breivelde (Grotenberge) die vooral bij gelegenheid van veeplagen een grote volkse toeloop kenden en nog kennen. De gevallen waar in de analogie de overdracht van een ziekte benaming of een toponiem naar een heilige of van een heiligennaam naar een bepaalde lokaliteit in de hand werkt zijn in de volksrelgioteit niet zo zelden. Het feit dat te Laarne een ommegang van sint Macharius bestaat, die hoofdzakelijk in gevallen van epidemie van mensen en dieren wordt gedaan en waarbij haast al de kapellen van het Laarnse grondgebied zijn betrokken en anderzijds de faam die de H. Berlindis als behoedster van het vee in het dendermondse en Aalsterse geniet, hebben hier de neiging van het volk om zijn heilige helpster te localiseren beïnvloed.